Het verzamelen had wat voetjes in de aarde
Het is nogal fris en mistig als we met 2 auto’s vertrekken vanuit Weerselo (de rest gaat waarschijnlijk rechtstreeks). Eén van de nestor vogelaars weet zeker waar de parkeerplaats Siberië is in het Haaksbergerveen…. Daar aangekomen weet iemand uit de andere auto te melden, dat dit zeker níet Siberië is. Maar het eerste wat we horen als we uit de auto stappen is de koekoek, hoe mooi is dat? We vinden Siberië uiteindelijk aan de andere kant van het veengebied en worden vriendelijk begroet door kreten als: “goedemiddag…”!
Maar inmiddels is er een klein beetje zon en gaan we na een kort welkomstwoordje van onze gids Laurents ten Voorde op pad.
Wandelen door een hoogveengebied
Al wandelend over het zacht verende hoogveen horen en zien we de boompieper, fitis, grasmus, rietgors, roodborsttapuit.
Grasmussen nestelen graag in doornstruiken of ruige begroeiing. De rietgors is vrij onopvallend, maar de mannetjes kunnen in het voorjaar gemakkelijk gezien worden in de toppen van struiken en in het riet. Ook de koekoek is hier weer duidelijk hoorbaar. Dit belooft wat te worden! We wandelen over een breed pad en vervolgens over lang vlonderpad, waar je heel mooi over het gebied kunt kijken. Het begint al goed: op het pad is een driehoornmestkever aan het slepen met een konijnenkeutel… eet smakelijk!
De grauwe gans is heel dominant aanwezig met ontzettend veel lawaai als ze vliegen, waardoor je andere mooie vogels nauwelijks kunt waarnemen!
Een andere dissonant in het gebied is, dat veel van de heide wordt overwoekerd door het gele pijpestro. Laurents verteld dat ook hier door de verzuring de heide zwaar onder druk komt te staan en overwoekerd wordt door het gelige gras. Hij geeft verder aan, dat ze in het Haaksbergerveen op andere plekken veel heide hebben afgegraven en de berken en de grove den verwijderd. Dit in een ultieme poging om de heide te herstellen.
Hoogveen en natte heide, zoals in het Haaksbergerveen, zijn zeldzaam geworden in Nederland. Het hoogveen, dat in de loop der eeuwen is ontstaan, wordt gevoed door regenwater. Het veenmos dat er groeit heeft de bijzondere eigenschap dat het als een spons werkt: het houdt zelf regenwater vast, ook in tijden van droogte. Het heeft zo een eigen waterhuishouding, met een waterspiegel die hoger ligt dan de omgeving. Hierdoor kan het hoogveen uitgroeien tot grote aaneengesloten, zompige veenkussens.
In het open gebied wordt nog een sperwer en kokmeeuwen waargenomen. En bijzonder fraai waren natuurlijk de kraanvogels die majestueus overvliegen! Er schijnen zich momenteel een aantal paartjes in dit gebied op te houden. Een oplettende vogelaar heeft ook nog een watersnip gezien.
Diversiteit aan begroeiing
Waar we eerst door een gebied liepen met aan weerszijden grote open vlaktes met natte heide en vennen, gaan we nu volledig schuil tussen het hoge riet en lage bomen en struiken. Dit is het natte deel met bijbehorende vegetatie en natuurlijk hele mooie vogelsoorten. Marcel wijst ons op de holpijp, lange, rechte stengels in het water naast het pad: een teken dat de waterkwaliteit gezond is. Je kunt hier onder andere zeldzame soorten als veenbes, beenbreek, zonnedauw, wollegras en lavendelheide aantreffen. Ook zien we vandaag al bloeiende brem.
De dag wordt steeds mooier
Met het doorbreken van de zon lijkt het lot ons gunstig gezind. In de verte zien we een koekoek hoog in de boom en even later vliegt hij onze kant op en kunnen we hem zelfs vol in vlucht fotograferen. Een beetje geluk moet je wel hebben!

Vervolgens gaat het in rap tempo met de vogels: de geelgors, zwartkop, kleine karekiet, blauwborst, tjiftjaf, staartmees, koolmees. De blauwborst, tjiftjaf, rietgors, fitis laten zich zelfs redelijk fotograferen, soms bij het poseren af…
De blauwborst is in Nederland geen extreem zeldzame vogel meer, maar wel een bijzondere en opvallende broedvogel die de afgelopen decennia een flinke opmars heeft gemaakt. Ze zijn vooral te vinden in specifieke moerasgebieden, rietvelden en jonge wilgenbossen. Dankzij gericht natuurbeheer is de populatie hersteld, al blijft het een schuwe vogel die goed verborgen leeft.
De vogel die het meest op een tjiftjaf lijkt, is de fitis: Beide zijn kleine, bruingroene zangvogels die in het veld nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Het belangrijkste verschil is dat de fitis lichtere, bruinroze poten heeft en een melodieuze zang, terwijl de tjiftjaf donkere poten heeft en zijn eigen naam roept.
Zelfs het eerste bonte zandoogje wordt al gespot door Jos Schabbink.
Ook een staartmees, koolmees, en een roodborstje laten zich nu wel heel duidelijk horen. Een waar feest voor de oren dient zich aan!
Weer terug naar open gebied en houten vlonders
We verlaten langzaam aan het riet en het wat hogere struweel en krijgen weer zicht op open vlakten. Hier worden een buizerd, blauwe reiger en ooievaar gezien. Ook de koekoek laat zich van tijd tot tijd horen.
Op het water zien we nog een wintertaling en tussen het riet klinkt een dodaars.
Vervolgens wordt het in de lucht erg druk met gierzwaluw, huiszwaluw, een paartje kraanvogels en boomvalken. De boomvalk jaagt voornamelijk op kleine zangvogels en grote insecten. Gelukkig hebben we in onze groep vogelspotters die écht álles zien en horen!
En dan, tegen het einde van de wandeling komt er nog een verrassing: gids Laurents neemt de sprinkhaanzanger waar.
De sprinkhaanzanger dankt zijn naam aan de zang van het mannetje; een voortdurend rinkelend geluid dat sprekend lijkt op dat van een sprinkhaan. Dat is meteen het enige dat opvallend is aan deze riet- en ruigtebewoner. Sprinkhaanzangers zijn erg onopvallend gekleurd en leven verborgen. Ze houden er niet van om uit de dekking van de vegetatie te komen. Sprinkhaanzangers zijn niet zo kieskeurig wanneer het hun leefgebied betreft; als het maar nat en ruig is.
Tenslotte vinden we midden op het pad nog een poelkikker, die geen haast heeft en rustig blijft zitten tot iedereen hem heeft gefotografeerd… misschien ook wel uit angst…
Dan zijn we na een fantastisch lange wandeling (ruim 3 uur) aan het eind gekomen. Laurents wordt hartelijk bedankt voor al zijn informatie en het geduld dat hij met ons heeft gehad. Onder het genot van een heel lekker kopje koffie van Toon en de superlekkere cake van Agonda sluiten we af.
Jos Wolbert
Meer over het Haaksbergerveen
(Bron: Wikipedia)
Het Haaksbergerveen is een deelgebied in het Buurserzand & Haaksbergerveen. Het is een hoogveenachtig natuurgebied van circa 500 hectare in het grensgebied bij Haaksbergen.
Het Haaksbergerveen bestaat voor een groot deel uit een deels vergraven hoogveengebied. Het ontstaan daarvan werd bevorderd doordat onder dit gebied op zo’n 4 tot 7 meter diepte een schotelvormige en voor water slecht doorlaatbare keileemlaag ligt. Daardoor wordt het water hier goed vastgehouden.
Geschiedenis
Halverwege de 19e eeuw, na de opheffing van de Marken, werd het veen in vele kleine snippertjes verdeeld en verkocht aan de boeren in de omgeving, die er op kleinschalige wijze hebben verveend. Kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is het veen door de regering vrijwel zonder vergoeding onteigend om te dienen als werkverschaffingsobject voor werklozen. De oorlog heeft de ontginning echter onmogelijk gemaakt. Omdat het Rijk vond dat onteigend land niet kon teruggegeven worden ontstond veel kwaad bloed bij de boeren. Tussen 1952 en 1956 heeft de Overijsselse Ontginningsmaatschappij nog 300 ha ontgonnen als een van de laatste grote ontginningen in Nederland. Het restant van ca 500 ha vormt het huidige natuurreservaat Haaksbergerveen. In 1959 vond een rampzalige brand plaats.
Beheer
Het Staatsbosbeheer streeft naar herstel van het hoogveen. Men spreekt van “aangetast hoogveen, waarvan herstel nog mogelijk is”. Gunstig is de slecht doorlatende bodem, de kleinschalige verveningsstructuur met vooral veenputten en de beheersmaatregelen die enkele decennia geleden genomen zijn. Er zijn goed functionerende dammen en dijkjes aangelegd om hoge en stabiele waterpeilen te bereiken en het weglekken van water uit het gebied te voorkomen. In grote delen is al een begin van herstel te zien, doordat oude veenpakketten in een soort drijftillen zijn veranderd. Daarop heeft zich een bijzondere vegetatie gevestigd die lijkt op die van veenheiden.

